Hoe inclusief is de natuur?

on

Misschien gaat het jullie ook zo: door #blacklivesmatter en de wereldwijde protesten tegen racisme leg je ook het eigen werkveld onder het vergrootglas. Ik vraag me af: hoe inclusief is natuurbeleving eigenlijk?

De natuur rondom Rotterdam ken ik goed en daar weet ik het meeste van. Dat zijn de recreatiegebieden rondom de stad waar organisaties als Staatsbosbeheer en de recreatieschappen beheerder zijn, waar natuur door boeren, Natuurmonumenten en het Zuid-Hollands Landschap wordt beheerd. Hier geven beleidsmakers en ondernemers de toon aan. Er wordt veel vrijwilligerswerk gedaan en er zijn talloze natuurverenigingen actief.

Nu ben ik een witte vrouw, hoe legitiem is het dat juist ik dit aankaart. Zou ik niet beter kunnen wachten totdat iemand met een andere kleur erover begint? Sinds meer dan 20 jaar tonen onderzoeken aan hoe belangrijk natuurbeleving is voor stedelingen, om stress af te bouwen, om depressies tegen te gaan, voor je hart, je gewicht en nog veel meer. Elke dag waarop er mensen wegblijven uit het groen omdat ze zich er niet welkom voelen is er een te veel. Daarom denk ik dat het prima is om de bal aan het rollen te brengen.

Sinds de dood van George Floyd op 25 mei 2020 is ons wereldbeeld verschoven. Tienduizend mensen protesteren alleen al in Nederland en ondanks de Covid 19 dreiging tegen racisme. In de media vertellen mensen wat alledaags racisme met hen doet. Dat liegt er niet om. Mensen van kleur lijken zich onevenredig vaak te moeten moeten verantwoorden richting gezagsdragers, worden met achterdocht bejegend, buitengesloten en respectloos behandeld.  

Outdoor genieten kan zomaar vervelend uitpakken

Berichten over racisme in de natuur in de Verenigde Staten laten zien dat het natuurrecreatie voor mensen van kleur niet altijd zo geweldig leuk is. Gekleurde outdoor liefhebbers constateren dat hun mede-natuurliefhebbers met verbazing en achterdocht op hun aanwezigheid reageren.

Er blijken stereotypen te bestaan over wie er in de natuur thuis hoort. Het sprekende voorbeeld is de opname van de gekleurde vogelaar Christian Cooper. Hij kwam in de schijnwerpers te staan nadat een witte vrouw de politie belde toen hij haar in het New Yorkse Central Park vroeg haar hond aan de riem te houden om de vogels niet te verstoren. “Een Afro-Amerikaanse man bedreigt mijn leven,” riep ze in de telefoon om de politie erbij te halen. Als vanzelfsprekend ging ze ervan uit dat de politie haar zou geloven en de gekleurde vogelaar niet, ondanks dat zij degene was die de regels aan haar laars lapte.  

filmed by Christian Cooper

De verhalen die we nu Nederland lezen van onverholen discriminatie en alledaags racisme lijken veel op die in de VS.

Staan mensen met een kleur hier in de natuur op een vergelijkbare manier op scherp? Speelt er in hun achterhoofd de ‘wat als’ waarschuwing? Wat als je ergens van wordt verdacht? Wat als je als bedreigend wordt ervaren? Wat als je wordt aangesproken op wat je hier aan het doen bent? Waartegen moet je je in het Nederlands groen schrap zetten?  

De Stad Uit – maar niet overal naartoe

De Stad Uit, de organisatie waar ik voor werk, richt zich op natuurbeleving voor stedelingen in de sociaal economisch zwakkere wijken. Hier wonen verhoudingsgewijs veel mensen van kleur. Het is een klus om ondernemers en natuurorganisaties zover te krijgen schoolklassen en gezinnen in de vrije tijd te willen ontvangen. Helaas zijn in de loop van de jaren zijn grote gebieden afgevallen voor bezoek. Soms zijn het de organisaties die de samenwerking stoppen, soms haken wij af omdat we merken dat de deelnemers zich niet welkom voelen. Niemand zegt dat mensen met een kleur niet in de natuur thuis horen. Het ligt subtiel: gewijzigd beleid, wegvallende subsidies, campagnes die op een duur lidmaatschaap mikken of boerderijen willen liever een ‘rustige’ doelgroep uit de omringende witte dorpen ontvangen. Daarbij steunen veel organisaties op oudere witte vrijwilligers en dat pakt soms nadelig uit. Er is geen correctie op taalgebruik waardoor kinderen en hun ouders quasi grappig beledigd worden om hun kleur.

Onze organisatie mijdt de gebieden waar groepen van kleur zich niet ronduit welkom voelen en we werken met vrijwilligers van diverse achtergronden die een voorbeeld voor de kinderen kunnen zijn. We willen graag uitleggen hoe je een inclusieve veelkleurige groep vrijwilligers kunt betrekken en behouden voor je natuurorganisatie. Daarbij pleiten we voor boswachters en schaapherders van diverse achtergrond, publieksvoorlichters een kleur, postercampagnes met meer dan blonde witte mensen in het groen en dat de vrijwilligers met een betere en inclusieve training.

DIY test

Zijn er echt zo weinig mensen van kleur in de natuur?  Ik nodig u uit om een mini onderzoek te doen. Maak een wandeling of ga op een bankje zitten bij de toegangswegen tot een redelijk goed bezocht natuurgebied. In het Bergse Bos bijvoorbeeld, aan de Harreweg in Schiedam, bij de Rhoonse Grienden of bij de weg naar de duinen van Hoek van Holland. Wie kom je tegen? Welke kleur mens zit er te vissen aan de kade? Welke kleur mens is aan het hardlopen of racefietsen? Welke kleur mens maakt een ommetje met zijn partner?  Let dan ook op hoe je het zelf ervaart om een donkere man te zien of een vrouw met een hoofddoek. Is dat echt net zo gewoon als die stoeten witte mensen?

Maar wat zegt de wetenschap, hoe staat het met objectieve cijfers over gelijkheid in de natuur?

Daar kun je kort over zijn, die cijfers zijn er niet.  Het dichtste bij komen leefstijlonderzoeken. Natuurbeheerders houden van leefstijlonderzoek, dat geeft inzicht in het gebruik van hun recreatiegebieden. De modellen gebruiken psychografische waarden om mensen in te delen in leefstijlen.

Door te weten wie je als gast in je gebied wilt hebben, kun je daarop sturen bij de inrichting en het aanbod, is de gedachte.  Leefstijlonderzoek houdt echter geen rekening met effecten van racisme op mensen. Al pas je nog zo goed bij de leefstijl voor wie een gebied in is gericht, als je je niet welkom en geaccepteerd voelt zul je er geen tijd willen doorbrengen.

In Nederland maakt racisme geen onderdeel uit van onderzoek. Daardoor pakken de resultaten vooral voor het witte deel van de bevolking positief uit terwijl mensen met een kleur achter het net vissen. Naast de aandacht op leefstijlparticipatie zou actief moeten worden ingezet op het betrekken van mensen van kleur met als doel herhaalbezoek.

“Maar die mensen willen niet”

Ook in Nederland is het belangrijk om strategieën en projecten te ontwikkelen waardoor mensen van kleur zich meer thuis voelen als outdoor ontdekkingsreiziger. Of je nu met een vrijwilligerscoördinator praat, met een boswachter of met een vogelaar, het antwoord op de vraag waarom er geen mensen van kleur te zien zijn, is steevast hetzelfde: ‘die mensen’ willen niet.

  • Een beleidsmaker: ‘ze‘ hebben geen belangstelling voor de natuur of om op  onze manier te sporten.
  • Een boswachter: ‘die mensen’ willen alleen maar met elkaar barbecueën en laten hun rotzooi achter.
  • Een boomverzorger: ‘die mensen’ kijken neer op werken in de natuur. Dat is hun cultuur. Daarom zijn alle boomverzorgers wit.
  • Een bezoeker: ‘ze’ snappen het niet, ‘die mensen’ maken onze struiken/gazons/oevers/ speelnatuur stuk!  
  • Een collega: ‘Die mensen‘ komen alleen als ze gratis eten krijgen. 

In wezen zijn dit racistisch gemotiveerde antwoorden. ‘Die mensen’ slaat op een groep waar iedereen met een kleur onder valt. ‘Ze’ worden als homogene groep weg gezet en hun individuele belangstelling voor activiteiten in de natuur wordt ontkend.  Terwijl witte mensen wel heel verschillend tegenover natuurrecreatie mogen staan. Dat is onder meer wat met witte suprematie wordt bedoeld. We moeten licht werpen op hoe zich dat manifesteert. Mensen met een kleur zijn namelijk net zo graag of niet graag buiten als witte mensen.  

Wie kent er een bioloog, vogelaar,  vlinderteller of boswachter met een kleur? De natuur en outdoorsector is een blank bolwerk. Terwijl ik in mijn werk veel gasten met een kleur ontvang. Het ligt er niet aan dat ‘die mensen’ niet van natuur houden, er liggen andere aspecten aan ten grondslag.

Newsome: maak het bespreekbaar

Corina Newsome van de Black Birders Week zegt dat het gevoel er niet bij te horen de wortel van het probleem is. “Als witte mensen me in de natuur zien, is het alsof ze me zien als een uitschieter of een verrassing in plaats van te denken dat ik daar net als zij thuishoor. Zichtbaarheid en vertegenwoordiging zijn de sleutels om mensen van kleur te laten zien: ‘Je bent niet de enige. Bij onze natuurorganisaties en bedrijven is kleur geen thema. Het over kleur hebben betekent dat je niet neutraal bent. De actualiteit leert ons dat alleen bevoorrechte mensen niet na hoeven te denken over kleur. Alleen op witte mensen hebben achtergrond en etniciteit geen invloed. De natuurorganisaties zouden zich moeten realiseren dat neutraliteit een vorm van onderdrukking is.”

Een open deur is niet genoeg, maar goed doen doet goed volgen

Net als Christian Cooper is ook Jason Ward een zwarte vogelaar. Hij wil het pad een beetje makkelijker maken voor de volgende generatie vogelaars. Hij laat zijn passie en liefde voor het buitenleven op scholen zien en neemt zo het gevoel weg dat natuur een veld is dat kinderen met een kleur niet in kunnen. “We horen veel lokale vogelwachtafdelingen zeggen: ‘Onze deuren staan altijd open – iedereen die binnen wil komen, kan zich bij ons aansluiten.’ Nou, dat is niet genoeg. Als het om diversiteit en inclusie gaat, moet je daar juist heel nadrukkelijk en consistent over zijn.” 

Als Ward scholen bezoekt om met leerlingen over het buitenleven te praten, neemt hij zijn verrekijker en een opgezette kraai of havik mee: “Hun gezichten lichten gewoon op. Ik heb kinderen horen zeggen: “Nou, ik moet mijn moeder een verrekijker voor me laten kopen voor Kerstmis!” Dit is de impact die kan worden bereikt wanneer natuurorganisaties mensen van kleur inhuren.

De 4  P’s van Gonzales

Jose Gonzalez, oprichter van Latino Outdoors, zegt dat mensen het moeten leren om de verschillen in ervaringen met betrekking tot de natuur en het buitenleven te erkennen. Genieten in de natuur betekent dat er gastvrije en veilige omgeving voor iedereen is gecreëerd. Gonzales heeft daar een kader voor ontwikkeld rondom de vier P’s: people, place, proces en policy.

People: verbindingen aangaan en uitwisseling zijn de sleutels tot het definiëren van wie er buiten “thuis hoort”. Deze interactie kan tot de gesprekken leiden we met elkaar zouden moeten hebben.

Place: het erkennen van de ecologische en natuurlijke schoonheid van het landschap,  maar ook het erkennen van de maatschappelijke systemen die het mensen met een ethnische culturele achtergrond zo moeilijk maakt om toegang te krijgen tot de recreatiegebieden en de gezondheidsvoordelen die daarmee gepaard gaan.

Proces:  hoe ziet natuurrecreatie eruit in de mediamiddelen, het hoeft niet het witte gezinnetje te zijn in een weiland, of de witte wandelaar met de dure rugzak en wandelschoenen. De outdoor industrie is daar nu nog bijna volledig op gericht.  De Bever zwerfsports van deze wereld zouden daar anders in kunnen gaan staan door zich af te vragen hoe outdoor leven eruit zou moeten zien voor mensen van kleur.  Outdoor is nu een smalle witte norm die verruiming goed kan gebruiken.

Policy:  Beleidswijzigingen zijn juist in deze periode de manier bij uitstek om natuur meer toegankelijk te maken. Later we proberen te erkennen dat er in het verleden veel wonden zijn geslagen, maar dat toegankelijk natuurplezier voor iedereen een manier is om het evenwicht te herstellen.

Afsluitend

In de natuurparticipatie en outdoor recreatie is er een probleem met uitsluiting van mensen met een kleur, de manier om er mee om te gaan wordt gegeven door voorbeelden uit de VS. Er is en wereld te winnen door met elkaar in gesprek te gaan en weerstanden te bespreken. Rolmodellen en een beter toegankelijke arbeidsmarkt in de natuurrecreatie zijn hoognodig.