Pleidooi voor meer en niet minder bomen

on

Wij ademen zuurstof in en kooldioxide uit, bomen ademen kooldioxide in en zuurstof uit. Dat maakt hen tot nuttige wezens om in je buurt te hebben als je een probleem hebt met een teveel aan koolstofemissies. Tegelijkertijd  zien we steeds minder bomen in Nederland.  Daarom is dit pleidooi voor meer bomen zo belangrijk.

Bomen doen namelijk meer dan ons helpen met ons broeikasprobleem.

Meer dan de helft van de wereldbevolking woont in steden. Er zijn goede economische redenen waarom zo velen van ons zich opstapelen in de grote steden, maar de verstedelijking gaat ook gepaard met minder gezondheid en sociale problemen. Volgens deskundigen zijn steden epicentra voor chronische lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen.

Er er is een groeiend besef van de cruciale rol van stedelijke groene ruimten en bomen om gezondheidsproblemen te helpen verminderen. Meer dan 40 jaar onderzoek toont aan dat natuurbeleving gerelateerd is aan een opmerkelijk breed scala aan positieve gezondheidsresultaten: verlaging van de bloeddruk, afname van allergieën, minder sterfte door hart-en vaatziekten, een verbeterde perceptie van de eigen gezondheid, beter geestelijk welzijn zoals minder stress en meer veerkracht, meer sociaal welzijn en bevordering van positief gezond gedrag zoals fysieke beweging.

Onze steden worden steeds heter, drukker en lawaaiiger, terwijl de klimaatverandering meer hittegolven met zich meebrengt. Het voor de hand liggende antwoord hierop is meer airconditioning, maar dit brengt ook meer koolstofuitstoot met zich mee. Dus een betere oplossing is een groene infrastructuur in de vorm van straatbomen, groene daken, beplantte oppervlakten en groene muren. In werkelijkheid neemt de vegetatie in steden echter af.

Het planten van bomen in parken, tuinen of straten heeft vele voordelen, het helpt steden af te koelen, het vertraagt de afvoer van regenwater afvoer, filtert luchtvervuiling, vormt een habitat voor dieren, maakt mensen gelukkiger en stimuleert gezonde beweging.

Volgens die milieuplanners kan schaduw van strategisch geplaatste straatbomen de omringende temperaturen verlagen tot 6 graden – of tot 20 graden over asfaltwegen. Groene daken en muren kunnen op natuurlijke wijze gebouwen koelen, waardoor de vraag naar airconditioning aanzienlijk zou dalen. Harde oppervlakken – waaronder beton, asfalt en steen – verhogen daarentegen de stedelijke temperatuur door warmte op te nemen en terug de lucht in te stralen.

Hoewel wetenschappers veel bewijs hebben dat bomen en ander groen onze stemming en gezondheid verbeteren, weten ze minder over de mechanismen waardoorvdit gebeurt. Japans onderzoek laat echter zien dat als we in de natuur drie stoffen in ademen: nuttige bacteriën, plantaardige etherische oliën en negatief geladen ionen. We zijn omringd door nuttige bacteriën, ademen ze in en delen ons lichaam met hen. Bacteriën in het darmstelsel breken voedsel af dat we niet kunnen verteren en produceren stoffen die ons fysiek en mentaal ten goede komen. Planten en de bacteriën die erop leven produceren essentiële oliën die schadelijke micro-organismen bestrijden wanneer we ze innemen. En ondanks dat er veel de onzin gezegt wordt over negatief geladen ionen, is er bewijs dat negatieve luchtionen onze mentale gesteldheid op gunstig kunnen beïnvloeden.

Dit klinkt misschien nieuw en wetenschappelijk voor sommigen (of pseudowetenschappelijk voor anderen), maar natuur is een bewezen bron van welzijn voor de mens. We weten instinctief dat de tijd die we in het groen doorbrengen van vitaal belang is voor de gezondheid en het welzijn.

Bronnen:

Ross Gittins What the economy really needs more of: trees https://amp.theage.com.au/environment/conservation/what-the-economy-really-needs-more-of-trees-20181231-p50p06.html

David Biello Microbe Census Reveals Air Crawling with Bacteria; https://www.scientificamerican.com/article/microbe-census-reveals-ai/

Jessica Stanhope, Martin F. Breed, and Philip Weinstein, Exposure to greenspaces could reduce the high global burden of pain,  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7207132/