Parachutekunst en wat stadsnatuur daarvan kan leren

‘Buurt protesteert tegen lelijk kunstwerk’,

‘Bewoners willen nieuwe kunstinstallatie weg’,

‘Bewoners gaan kunstwerk afbreken’

Iedereen heeft weleens meesmuilend zo’n kop gelezen.  Een verontwaardigde buurt en een geëmotioneerd uitleggende kunstenaar zijn voer voor de journalistiek. Parachutekunst heet dit in de taal van de kunsthistoricus.  Een kunstwerk dat zonder veel relatie met de plek, de omgeving of de mensen die er wonen willekeurig waar neer lijkt te komen.

Parachutekunst heeft een evenknie: het parachutegroen. Dat is stadsnatuur die zonder veel betrokkenheid met de toekomstige gebruikers wordt aangelegd. Alleen trekt parachutenatuur zelden volle zalen, haalt ze bijna nooit de krant en zijn er geen experts of publicaties. Want groen haal je gewoon weg en een stoeptegel is zo hersteld. Groen weg halen? In deze tijd? Ja het gebeurt, maar het hoeft niet te gebeuren!

Parachutegroen

Parachutegroen zie je overal waar er een parkje, een  wijktuin, een plek in het groen is aangelegd die de omwonenden niet waar lijken te nemen. Natuur kan onzichtbaar zijn.  Alleen als  bewoners er hard en herhaaldelijk over gaan klagen wordt de plek verwijdert. Zo is in Rotterdam als vervanging van een ouderwetse speelplek met wipkip en klimrek een heuvel met natuurlijke spelelementen aangelegd. De bedoelde gebruikers snappen dit niet, kinderen en ouders blijven weg, trekken hun schouders op en laten er hooguit eens de hond uit. In Spangen zijn in een berm boomhutten gebouwd, ze voldoen aan alle veiligheidseisen en zouden ideaal zijn voor avontuurlijke spel. Maar er is geen kind te zien. Van de groene schoolpleinen die sinds 2008 aan zijn gelegd is intussen een aantal opnieuw van bestrating voorzien. Kortom parachutegroen werkt niet, net zomin als parachutekunst. Ook al klagen gebruikers niet,  als het gebruik uitblijft is het eigenlijk al niet goed.

‘Alternative facts’

Waarom gebruiken stedelingen nieuw groen niet gewoon? Je zou toch zeggen dat in deze tijd elke boom mee is genomen. Als je de link legt naar parachutekunst kun je een vergelijking maken. De omwonenden blijken  namelijk niet goed betrokken te zijn bij kunstwerken waar later protest tegen is. Soms gebruikten ze de plek al op een andere manier, of er waren al eigen ideeën hoe de inrichting eruit zou moeten zien die niet zijn gehoord. Soms weten bewoners gewoonweg niet wat de motivatie voor het ontwerp was,  wat de bedoeling ervan is, waarom iets gebeurt. Opdrachtgever en aannemer/kunstenaar kunnen op papier hun logica duidelijk maken en  hun keuzes onderbouwen, maar  hebben daar weinig  steun voor gekregen bij de omwonenden.

Stadswild?

Gelukkig kan dit uitstapje naar parachutekunst  helpen voorkomen dat er meer parachutenatuur aangelegd wordt. We leven in een tijd waarin stedelingen best ver verwijdert zijn van natuur. Ik hoorde laatst een vader vertellen dat hij het meeste van wilde natuur hield. Maar wat voor wildernis kun je in de stad aanleggen? Welke avonturen kom je tegen? over wat voor paden loop je?  De veronderstelling dat een wildernis contrair is aan een urbaan milieu en dus onmogelijk ligt voor de hand. Maar wat als een  50 meter lang kronkelpad met een paar uitdagingen al voldoende wild blijkt te zijn?

Vies van natuur?

Mijn collega vertelde over een meisje van een jaar of tien dat haar hand wilde vasthouden omdat ze het eng vond om alleen over gras te lopen.  De veronderstelling dat ze daar maar dooreen moet en dat kinderen vooral goed spelen als ze vies worden is snel gemaakt. Maar veel kinderen willen dat niet.  Deze doelgroep moet zich uiteraard net zo welkom voelen als  alle anderen ook.  Natuur is allang niet meer vanzelfsprekend en misschien wel net zo onbekend als eigentijdse beeldende kunst.

‘Form Follows Function’

De sleutel lijkt doelgroep-participatie te zijn. Je moet de juiste bewoners om hun inbreng vragen. Het voldoet niet om een avond ‘voor iedereen’ te organiseren waarop ingesproken mag worden. Veelal zijn de bedoelde gebruikers van groen namelijk jonge gezinnen, professionals en ouderen. Elke groep kent beperkingen: een hoog leefritme,  een klein kind of een rolstoel.  Bovendien weten veel mensen niet wat natuur hen kan beiden en welke keuzemogelijkheden er zijn. Om parachutegroen te voorkomen zijn nieuwe manieren van participatie aan de orde. De focus moet worden verlegd. Het adagium van Frank Loyd Wright ‘form follows function’ betekent in onze tijd dat de buurt mee doet aan het ontwerpproces van hun openbare ruimte. Actieve betrokkenheid vraagt om een andere volgorde en weging van processen. Participatie is nu nog dikwijls het achter geschoven kindje terwijl het ook de rode draad in het proces zou kunnen zijn.

Afgelopen jaar heeft De Stad Uit van stichting Lekker Groen nieuwe participatievormen  rondom stadsnatuur verkend met het programma Avontuurlijk Spelen. Bij de Crooswijkse Bocht,  bij de Pantserklos en op het schoolplein van de Mariaschool bij het Taanderplein is er een pilot aanpak uitgerold in samenwerking met wijkpartners en gemeente. Hier wordt in de loop van het jaar stadsnatuur voor en met de bewoners gemaakt in plaats van parachutegroen.

Een van de procesonderdelen was dat kinderen ideeën op konden doen van de mogelijkheden. Dit clipje geeft een indruk daarvan.