Sweet & Green

Zachte overgangen bepalen de herstellende waarde van groen – in de stad en ook erbuiten 

In een tijd waarin zelfs de koning zegt dat wetenschap ook maar een mening is*, durf je amper je licht op te steken bij de deskundigen. Zowat wekelijks hoor ik dat ons verhaal ook maar relatief is. In de groensector, waar de perceptie van groen door de stedeling zo divers en onmeetbaar lijkt, ligt dat misschien ook voor de hand.

Groen in de stad: de een vind het leuk, de ander niet, daar ben je dan toch mee klaar?

Maar zo eenvoudig ligt het niet. Er zijn heel wat effecten die je op kunt schalen en belevenissen die je kunt beinvloeden.

  • Afgelopen winter liep ik over een Boerenlandpad, een smal strookje onverhard dwars door de weilanden tussen Rotterdam en Delft. Ik zag hazen, schrikte de ganzen op en klom over een hekje. Prachtig zou je zeggen, maar daar was iets, iets wat de rust verstoorde: een verontrustend gebrom. Later begreep ik dat het de nieuwe snelweg was tussen Schiedam en Den Haag. Die ligt onder het maaiveld, dus je ziet er niets van. Maar niets breekt de herrie die uit de  gleuf  omhoog golft.  Mij als niets vermoedende wandelaar verstoorde het geronk en het weerhield me om echt te ontspannen.
  • Op Zuid loopt het spoor van de TGV naar Parijs pal naast een lang smal parkje: het Varkenoordse Park. Overal zie je de industrie bovenuit steken, kranen en roestbruine containers op treinwagons. Je weet dis is hardcore stedelijk gebied. Maar dan loop je in het parkje en ervaar je buffers tussen jezelf en de industrie: de hoge muur, bomen, bosjes, kleine blikvangers, je kom mensen tegen die je groeten,. Voor je het weet ben je in een wereld op zich, weg van de razende stad om je heen.

Hoe kan het nou zo zijn dat je midden op het platteland NIET tot rust komt, en daar waar de stad op haar drukst is dat WEL lukt? Daar blijken Finse onderzoekers uit Helsinki een antwoord op te hebben gevonden.

Kaisa Hauro en haar team nemen zoals iedereen in ons veld de ‘restorative attention theory‘ van Kaplan als kader. Kaplan heeft in deze theorie aangetoond dat je last hebt van de stedelijke omgeving omdat je concentratie slecht herstelt. Dat leidt tot stress, angst en irritatie. Om weer op te laden kun je het beste de natuur in gaan. De natuur moet daarvoor wel aan een aantal uitgangspunten voldoen. Zo moet je hem interessant vinden. Je moet erdoor geboeid willen raken.

Kaisa heeft onderzocht hoe dat ‘betrokken willen worden’ zit met stedelijk groen. Hoeveel gras, struiken en bomen heb je nodig om het gevoel te hebben dat je in het groen bent? Of heb je juist andere dingen nodig? Zachte overgangen bijvoorbeeld tussen een groenstrook en een bos?

  • Bij zachte overgangen denk ik aan de botanische tuin. Het ene moment loopt je over de Afrikaandermarkt met zijn schreeuwende verkopers. En dan ga je een poort door en stap je een andere wereld in waar je de vogels hoort en de hoge bomen, die in de wind ruisen. Het ruikt niet naar auto’s en stof maar naar kruiden en aarde, je hoeft niet op het verkeer te letten en je sociale gezicht mag even op uit. De omgeving neemt je op, nodigt uit om op verkenning te gaan. Zo’n botanische tuin is een zachte overgang midden in de stad. Daar herstelt je aandacht.

Soms heeft een groene zone geen herstellend effect. De overgangen zijn te hard.

  • In het midden van de Westblaak ligt een beeldschoon aangelegde strook tussen de rijbanen. Hier ga je niet op een bankje zitten om even lekker bij te komen, het verkeer is te onmiddellijk, er is geen grens tussen de hoge gebouwen en de groene postzegeltjes, de stank van uitlaatgassen wordt niet gefilterd door het zachte groen van een haag of struik. Alleen het skatepark kan zijn gebruikers voldoende boeien om ze te verleiden naar de plek toe te komen.

Om te herstellen van de stedelijke aandachtsvreter, zullen we plekken moeten creëren die een transitie gebied hebben tussen in het groen en erbuiten.

Het gaat niet om hardcore alles groen te laten lijken, want dan heb je het effect van het boerenlandpad met onbehagen. Er ligt toch een harde overgang op de loer, al zie je hem niet, je hoort hem wel.

Het gaat om gradaties. Het gaat erom de overgangszones breder te maken zodat je een transitie ervaart tussen hoge gebouwen, lawaai en stank en geleidelijk in een andere wereld wordt opgenomen die je stapsgewijs betrekt.

We moeten met elkaar  naar een ranking van groen toe  die rekening houdt met het herstellende vermogen van het groen. Daardoor kunnen we de  middelen die  voor groen in de openbare ruimte beschikbaar zijn beter inzetten.

 

LIT en verwijzingen

  1. http://www.volkskrant.nl/opinie/-het-koningspaar-schiet-in-moreel-opzicht-tekort~a3599855/
  2. Kaisa Hauku ‘Closure of view to the urban matrix has positive effects on perceived restorativeness in urban forests in Helsinki, Finland, 30 June 2012
  3. Kaplan&Kaplan
Advertenties