Tijd voor jezelf – even eruit

Belangrijker dan weten waar de melk vandaan komt is weten hoe je van stress herstelt.  

Ons natuur onderwijs is zo’n 130 jaar oud. Er is sinds Eli Heiman veel gebeurd. De aanstaande vernieuwing van het natuur en milieu onderwijs kunnen we het beste maar gelijk uitbreiden met echte natuur en belevenissen buiten de stad.

Mijn kantoor is in een oud klaslokaal, er hangt een schoolplaat van kriebelbeesten die je in een sloot tegen kunt komen. Les aan de hand van een dergelijke plaat, wie heeft dat nog meegemaakt? Natuur en milieu educatie (NME) vindt al heel lang plaats buiten het klaslokaal.Dat hebben we voor een goed deel te danken aan Eli Heiman. Rond 1885 was hij meester op een Amsterdamse basisschool. Het lesmateriaal vond hij gortdroog. Daarom trok hij met zijn klas naar het Sarphatipark om er echte natuurles te geven. Je moest niet alleen weten hoe de dingen heten, maar ook de samenhangen ontdekken.

Naar de kinderboerderij

Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw wordt natuur en milieu educatie vanuit tuinen en kinderboerderijen gegeven. De oudste schooltuin in Rotterdam, de Tamarinde in Overschie, is zelfs uit 1932. NME lessen zijn zo voorspelbaar als de seizoenen, – en dat was lange tijd prima zo. Zoals een juf van de Mariaschool zei: er is maar een manier waarop een kind voor altijd weet hoe een kuiken aanvoelt en dat is door hem vast te houden. Dat ervaren ze op de kinderboerderij, bij de les over jonge dieren. In principe gaat elke klas een keer per jaar naar de kinderboerderij, in de hogere klassen van de basisschool is er ook schooltuinles.

Verandering op komst

Sinds een jaar of 8 jaar hangen er wolken boven de voorheen zo blauwe hemel van de natuur en milieu educatie: schooltuinen zijn wegbezuinigd en scholen vinden het vervoer naar de kinderboerderij te duur. Die tuinieren nu op het schoolplein of lopen naar een wijkpark waar bewoners vrijwillig lesjes verzorgen. Na tal van reorganisaties wordt het gemeentelijke natuur en milieu onderwijs nu verzelfstandigd. De NME zoals hij al sinds jaar en dag draaide, gaat op de schop.

Leren kinderen straks minder over natuur? Volgens de scholen zijn de lessen die docenten zelf verzorgen voldoende. Daarbij leren kinderen ook buiten schooltijd veel over de natuur, door het Klokhuis en andere educatieve programma’s. Ik heb mee gemaakt hoe een jongen die nog nooit in een weiland had gestaan, wel de namen wist van de planten die daar groeiden. Ook de kinderboerderij is het instapmodel tot de echte natuur geworden.

Wat zou Eli ervan vinden?

Onze wereld is onherkenbaar veranderd sinds Eli Heimans eind 1800 door het park struinde. Er zijn geen weilanden meer in de stad, alles is bestraat, behalve huiskatten en af en toe een meeuw zie je bijna geen dieren. Het onkruid staat grauw van het fijnstof. De speelplekken hebben regels, fietsen mag niet op de stoep en is te gevaarlijk op straat en, last but not least – als kind mag je je buurt niet uit zonder je ouder. Zoals Lia Karstens afgelopen jaar nog schreef in de nieuwe generatie stadskinderen is de bewegingsruimte die kinderen nu hebben, minder dan de helft van die van hun ouders en de trend is dalend.

Eli had zich vast niet kunnen voorstellen dat onze steden zo vol zouden raken, de stadsgrenzen zijn tientallen kilometers opgeschoven. In de natuur tussen de steden wordt de ene na de andere snelweg aangelegd, overal is herrie, geraas en vervuiling. Dat is zeker niet bevorderlijk voor natuurbeleving van de kinderen van nu.

Maar was het beter in Eli’s tijd?

De luchtvervuiling was rond de eeuwwisseling in ieder geval ernstiger dan nu, dat weten we. De werkstress lag hoger, mensen maakten lange uren en verdienden weinig, vrije tijd en vakantie waren schaars, de gezondheidszorg slecht. Kinderen kregen klappen als ze niet luisterden en moesten al jong als volwassenen meedraaien. Ook niet fantastisch voor grote groepen van de bevolking.

Eli was niet alleen: de mannen van het park

Net zoals nu waren er ook toen idealisten, dromers die een betere wereld bouwden.Mannen (ja in die tijd hadden alleen mannen werkende hersenen) die de steden groener en natuurlijker maakten. Kijk maar naar de aanleg van de grote stadsparken in de negentiende eeuw: het Vondelpark en het Park bij de Euromast van vader en zoon Zochers. Dat waren openbare parken, met gemeenschapsgeld betaalt.

Overal in de westerse wereld werden door landschapsarchitecten weilanden, bossen en soms ook vuilstortplaatsen en oevers van stinkende afwaterkanalen omgeturnd in lommerrijke parken. De kunst was om een beperkt gebied zo vorm te geven dat het net leek of je ver buiten de stad in de echte natuur was. Dat deden de heren uit de romantiek van de landschapsarchitectuur met kronkelige paden, waterpartijen, doorkijkjes en blikvangers.

In New York werd op een vuilstortplaats het Central Park aangelegd door Frederik Olmsted. Olmsted stelde in tegenstelling tot zijn Europese tijdgenoten zijn ideeën op schrift. Zo noteerde hij al rond 1860 hoe belangrijk natuurbeleving is voor de vermoeide geest, om weer op te laden. Zijn parkaanleg doet je vergeten dat je in de stad bent, het is een andere wereld waar je fascinerende natuurontdekkingen opdoet. Daarna ben je weer fris, je hoofd is leeg en je kunt er weer tegen.

Natuur als hersteloord, dat is dus helemaal geen nieuw inzicht. Dat we buiten opladen, ons na een rondje uitwaaien weer beter kunnen concentreren, na een flinke hike beter kunnen plannen en na een middagje snoeien en spitten ineens  wel weer een heldere gedachte kunnen vatten: dat is al zo’n 150 jaar bekend! Old News!

Vergeten we hoe het werkt?

Eli Heiman en zijn maat Jac Thijsse richtten in het begin van de 20ste Natuurmonumenten op. Ze wilden de ongerepte natuur beschermen, eerst het Naardermeer en daarna met de hulp van honderdduizenden donateurs stukjes natuur overal in Nederland. Er is dus nog veel pure natuur in Nederland. Alleen ligt die meestal ver buiten de steden.

Wat Eli niet kon weten is dat de niet zo bijzondere groene randen waar je als stedeling lekker vlinders kon kijken zo volledig op geslokt zouden worden door vinexplanners en asfaltminnende ministeries.

Kinderen uit de stad kunnen echt niet meer zomaar, toevallig in de natuur terecht komen en ervaren hoe dat werkt.

Niemand kan dat.

Omdat de natuur zover weg is, kunnen we vergeten dat de strategie om weer bij onszelf te komen buiten zijn betekent.

Plekken om op te laden en bij jezelf te komen

Is de natuur echt goed voor ons? Of zijn Eli en de miljoenen ervaringsdeskundigen  zachte eitjes met een eigen agenda?  Sinds de jaren 1990 is er steeds meer wetenschappelijk bewijs dat natuurbeleving positief is voor ons concentratievermogen, in de nieuwe kennis spelen ook de neurowetenschappen een rol. Dat zijn herhaalbare testresultaten die dus  even hard en eenduidig zijn als een rekensom. In het kort komt het hierop neer:

Onze mind is voortdurend bezet: onze dagen zijn vol van prikkels die ons afleiden en onze aandacht vragen. Hoe grappig de nieuwste uitspraak van Trump ook zijn, hoe belangrijk de whatsapp groep, de mail van onze baas,  de voicemail van onze oma en de aankondigingen van  vertragingen op het station. Aan het herstel van onze mentale kracht voegt dat niets toe. Integendeel, het put ons uit en weerhoudt ons ervan even afstand te nemen en  met een koel hoofd naar de situatie te kijken waar we ons bevinden. We handelen op routin, kunnen geen heldere gedachte meer  vatten en doen gewoon wat zich aandient, we vergeten dat we een plan wilden trekken.

Om echt na te denken moeten we echt echt even onder een boom gaan zitten (eruit) en naar het blad kijken (fenomeen) . Pas als we de sociale prikkels uitzetten kunnen we weer opladen .

Wat voor Eli nog vanzelfsprekend was en wat Olmsted en Zocher en Bijhouwer (Kralingse Bos) motiveerde om  interessante stadsparken voor de steden te ontwerpen, dat ontbreekt aan onze wereld nu. De plekken waar we op kunnen laden.

Op je rug in het gras naar de wolken kijken

Natuurlessen op school, op de kinderboerderij en op tuintjes zijn op iets anders gericht dan het herstel van je vermogen je te concentreren. Terwijl juist dat zo belangrijk is, voor kinderen en stiekem voor ons allemaal.

Ik denk dat Eli nu zou zeggen: laten we de stad uit gaan. Gaan we op blote voeten door het hoge gras struinen, aan water ruiken en bootsmannetjes vangen, bloemblaadjes tellen, in het gras liggen en naar de wolken kijken.

Vernieuwen doe je zo

Laten we, als er toch al alles anders moet, ervoor zorgen dat kinderen tijd in de natuur doorbrengen. Buiten, weg van het geraas en de prikkels.

Vanzelfsprekend moeten kinderen ook weten waar de melk vandaan komt, hoe het duin is ontstaan en dat er ijstijden waren, maar laten we dat buiten doen, in de echte natuur. Alleen buiten de stad, en niet op de kinderboerderij of in het wijktuintje, heb je naast alle educatieve inhoud ook de schaarse momenten waarop de geest stil kan zijn.

Bij opvoeding hoort ook dat je leert hoe je weer op kunt laden. Onze kinderen, en wij ook, moeten herontdekken hoe we in de mindset kunt komen waarin we plannen maken en creatief kunnen zijn. Dat is misschien nog meer waard dan alle feiten!

LIT.

S. Kaplan, The restorative benefits of nature: Towards an Integrative Framework, Journal of Psychology 1995

F.L Olmsted: https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederick_Law_Olmsted

Eli Heimans, Van allerlei dieren. Leesboek voor het 6de tot 8ste schooljaar. Deel A. W. Versluys, Amsterdam 1902

Lia Karstens , De nieuwe generatie stadskinderen. Rotterdam 2016

Advertenties