Rotterdams platteland op stadsagenda

Rondom Rotterdam is grootschalig geïnvesteerd in groene recreatiemogelijkheden. Ons probleem is nu dat de Rotterdammers niet weten hoe ze bij de recreatiegebieden moeten komen, en wat ze er kunnen doen.
Recreatief groen rondom de stad verdient meer aandacht en erkenning in zijn waarde voor citymarketing en woonpromotie.
Citymarketing is gericht op bezoekers van buiten de stad. Iedereen kent de Markthal en niemand het recreatiegebied aan de Rotte, om een voorbeeld te noemen.
Voor niet- Rotterdammers mag dat prima zijn, voor de Rotterdammers zelf, voor bedrijven die zich hier willen vestigen, voor jonge gezinnen en studenten die overwegen de stad na hun studie te verlaten is dat ronduit slecht. Want deze groepen die zo nodig zijn om met hun inkomens de voorzieningen in de stad overeind te houden, vertrekken juist. Dat vertrek is niet rationeel, het is emotie die hier aan zet is: mensen hebben een stenig, stoer en bonkig gevoel bij Rotterdam.
Niemand denkt bij Rotterdam aan warm en welvarend. De stad met grote oude bomen en talloze wijkparkjes, met weelderige recreatieranden en prachtige natuurgebieden, die kent niemand. Maar dat is wel de stad waar jonge gezinnen graag willen wonen. En dat zijn kwaliteiten die Rotterdam te bieden heeft.
Ik zou graag eens onderzoeken hoe je de waarde van recreatief groen buiten de stad als vestigingsvoorwaarde kunt kwantificeren. Want pas als er harde gegevens zijn, zal het marketing beleid van de stad zich ook hierop richten. En pas dan krijgen groen in de stad en de wegen naar het Rotterdams platteland en zijn hotspots de bekendheid die ze verdienen. Er moet structureel meer aandacht komen voor activiteiten rondom de stad.

Advertenties